Een 29-jarige man kocht het moordwapen dagenlang van tevoren, verstopte het onder een bruggetje en zocht op internet op welke straf hij kon krijgen voor moord. Dat stelt het Openbaar Ministerie woensdag in de rechtbank in Utrecht, tijdens de zitting in de zaak rond de dood van een 76-jarige vrouw in Den Dolder. Het OM eist zes jaar gevangenisstraf én tbs met dwangverpleging tegen de verdachte, Mert P. De rechtbank doet op 22 juli uitspraak.
Een mes, een notitie en een zoekopdracht
De aanval vond plaats op 2 januari 2025, op klaarlichte dag in het Utrechtse dorp Den Dolder. Volgens het OM bracht Mert P. het slachtoffer met zeventien messteken om het leven. De vrouw, 76 jaar oud, had volgens de officier van justitie geen enkele kans. “Zij had geen schijn van kans tegen deze gewelddadige aanval”, zei de officier in de rechtszaal.
Wat de zaak bijzonder ernstig maakt, is de vermeende voorbedachtheid. Het OM stelt dat Mert P. al enkele dagen voor het incident een mes kocht. Vervolgens verstopte hij dat wapen onder een bruggetje in de omgeving. Hij legde de locatie vast in een notitie op zijn telefoon. Bovendien zocht hij online op welke straf er staat op moord. Volgens de aanklager wijst dit alles op een vooropgezet plan om de vrouw te doden.
Patiënt van psychiatrische instelling Fivoor
Mert P. verbleef ten tijde van de aanval in Fivoor, een psychiatrische zorginstelling in Den Dolder. Bij hem is een schizofrene stoornis vastgesteld. Daarnaast zou hij langere tijd in een psychose met wanen hebben verkeerd en heeft hij een verstandelijke beperking. Deze combinatie van factoren speelt een centrale rol in de discussie over zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid.
Mert P. had bovendien al een lang justitieel verleden. Hij was eerder meerdere keren in aanraking gekomen met politie en justitie, vaak vanwege mishandeling. Toch seponeerde justitie een aantal van die zaken. De reden daarvoor: behandeling in de kliniek in Den Dolder leek destijds een betere aanpak dan vervolging. Die beslissing roept nu, achteraf, pijnlijke vragen op.

Gedeeltelijk of volledig ontoerekeningsvatbaar
Een belangrijk geschilpunt in de rechtszaal is de mate van ontoerekeningsvatbaarheid. Justitie stelt dat Mert P. gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar is. Daarom eist het OM naast zes jaar gevangenisstraf ook tbs met dwangverpleging. De combinatie van celstraf én tbs is bedoeld om zowel vergelding als langdurige beveiliging van de samenleving te waarborgen.
De advocaat van Mert P. ziet dat echter anders. Hij betoogt dat zijn cliënt volledig ontoerekeningsvatbaar is en dus niet strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn daden. De raadsman vroeg de rechtbank om uitsluitend tbs op te leggen, zonder gevangenisstraf. De rechters moeten nu bepalen welk standpunt zij volgen. Op 22 juli volgt de uitspraak.
Schrik in het dorp
De moord op de 76-jarige vrouw sloeg in januari 2025 in als een bom in het kleine dorp Den Dolder. Bewoners reageerden geschokt op het nieuws dat een vrouw op klaarlichte dag, op straat, met zeventien messteken was gedood. Het gevoel van onveiligheid greep om zich heen, ook omdat de dader patiënt was van een instelling in het dorp zelf. Vragen over toezicht en veiligheid rondom psychiatrische klinieken kwamen direct naar de oppervlakte.
De zaak raakt bovendien aan een breder maatschappelijk vraagstuk: hoe gaat Nederland om met mensen die psychiatrische zorg ontvangen én eerder in aanraking kwamen met justitie? In het geval van Mert P. seponeerde justitie eerdere zaken bewust, omdat klinische behandeling de voorkeur had. Achteraf blijkt dat die keuze dramatische gevolgen heeft gehad voor het slachtoffer en haar omgeving.
Fivoor en de verantwoordelijkheid van de zorg
De rol van Fivoor staat niet centraal in de huidige strafzaak, maar hangt er onmiskenbaar omheen. De instelling biedt forensisch psychiatrische zorg en behandelt patiënten met complexe problematiek. Dat Mert P. ondanks zijn voorgeschiedenis en zijn psychiatrische toestand in staat was een mes te kopen, te verstoppen en vervolgens een aanval te plegen, roept vragen op over het niveau van toezicht en risicobeoordeling binnen de kliniek.
Bovendien laat de zoekopdracht naar de straf voor moord zien dat Mert P., ondanks zijn stoornis, in staat was gerichte acties te plannen. Dat maakt de zaak juridisch complex. Echter, de precieze grens tussen psychotisch handelen en bewuste voorbedachtheid is precies het terrein waarop justitie en de verdediging fundamenteel van mening verschillen. De rechtbank heeft die knoop straks te ontwarren.
Uitspraak volgt later deze maand
De rechtbank Utrecht neemt op 22 juli een beslissing in de zaak tegen Mert P. Dan wordt duidelijk of de rechters meegaan in de eis van het Openbaar Ministerie, of dat zij de lijn van de verdediging volgen en uitsluitend tbs opleggen. Voor de nabestaanden van het slachtoffer is die dag een cruciale mijlpaal in een al meer dan anderhalf jaar slepend rouwproces. De uitkomst zal ook in bredere kringen nauwlettend worden gevolgd, als maatstaf voor hoe de rechtsstaat omgaat met ernstig geweld gepleegd door mensen met psychiatrische stoornissen.
Bronnen en credits
Bronnen: Hart van Nederland, NU.nl, Telegraaf.nl











