Jaouad W. dacht misschien dat de moord in Steenbergen nooit zou worden opgelost. De liquidatie van de 68-jarige Rinus Moerer in de Dahliastraat lag jaren onopgelost in de la. Maandag besliste de rechtbank anders: de 47-jarige W., bekend als jeugdvriend en vertrouweling van drugsbaron Ridouan Taghi, hoort een celstraf van dertien jaar en acht maanden tegen zich uitspreken. Het verschil met de eis van het Openbaar Ministerie, dat levenslang had gevorderd, is opvallend groot.
Vijf moorden, twee veroordelingen
De zaak draait om vijf onderwereldmoorden die tussen 2011 en 2014 plaatsvonden. De rechtbank keek naar drie locaties: een parkeerplaats bij een hotel in Houten, de straten van Amersfoort en een rustige woonwijk in het Brabantse Steenbergen. In al die zaken werd de naam van Jaouad W. door justitie gekoppeld aan de criminele organisatie rondom Taghi. Toch acht de rechtbank zijn betrokkenheid slechts bij twee van die vijf moorden bewezen.
Voor drie liquidaties volgde vrijspraak. De rechtbank sprak W. vrij van de moorden op Pieter Vos (47) en Jaap Zillig (53), die op 23 december 2011 op een parkeerplaats bij een hotel in Houten werden gedood. Ook zijn betrokkenheid bij de moord op Samir Jabli (38), geliquideerd op 1 december 2014 in Amersfoort, kon de rechtbank niet voldoende hard maken. Voor die drie zaken ontbrak naar het oordeel van de rechtbank voldoende bewijs.
Voorwerk en observaties als bewijs
De twee veroordelingen draaien om het zogeheten voorwerk. Jaouad W. hield zich in de dagen voor de moord op de 22-jarige Mohammed Alarasi bezig met voorverkenningen en observaties op het slachtoffer. Alarasi werd op 20 januari 2014 in Amersfoort doodgeschoten. Bovendien deed W. soortgelijk voorwerk in de aanloop naar de moord op Rinus Moerer in Steenbergen, datzelfde jaar. De rechtbank kwalificeert zijn rol in beide zaken als medeplichtigheid, niet als het daadwerkelijk uitvoeren van de moorden zelf.
De zaak rond Moerer was jarenlang onopgelost gebleven. De gepensioneerde man werd in zijn eigen wijk in Steenbergen neergeschoten. Voor zijn nabestaanden en voor de bewoners van de Dahliastraat biedt het vonnis van maandag na jaren eindelijk een antwoord op de vraag wie verantwoordelijk was voor zijn dood. Het voorwerk dat Jaouad W. verrichtte, maakte die moord volgens de rechter mede mogelijk.

Wettelijk maximum bepaalt de straf
De hoogte van de straf, dertien jaar en acht maanden, is niet willekeurig. De rekensom die de rechtbank moest maken, legt de uitkomst vrijwel vast. Voor de twee bewezen feiten stond in theorie een maximale straf van 26 jaar en acht maanden. Echter, omdat W. die feiten pleegde vóór een eerdere veroordeling, schrijft de wet voor dat de eerder opgelegde straf van die maximumstraf wordt afgetrokken. W. was in 2019 al veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol in een omvangrijke wapenzaak, waarbij hij volgens het OM lid was van de criminele groepering die voor Taghi werkte en zich bezighield met het voorbereiden van moorden. Na aftrek van die dertien jaar bleef er precies dertien jaar en acht maanden over als wettelijk maximum. Daarom legt de rechtbank exact dat maximum op.
Een lagere straf dan dat maximum was formeel mogelijk, maar de rechtbank kiest er bewust voor dat niet te doen. Volgens de rechtbank zou een kortere straf geen recht doen aan de ernst van de misdrijven die Jaouad W. heeft gepleegd. Daarmee geeft de rechter een duidelijk signaal, ook al wijkt het vonnis sterk af van de levenslange celstraf die het Openbaar Ministerie had geëist.
Onmisbare schakel in moordorganisatie
Het Openbaar Ministerie omschreef Jaouad W. tijdens de rechtszaak als een onmisbare schakel in de moordorganisatie van Ridouan Taghi. Taghi zelf werd in 2024 veroordeeld tot levenslang voor het aansturen van meerdere liquidaties. W. gold als een van zijn meest vertrouwde mannen, iemand die hij al kende van jongs af aan. Justitie zag hem daarom niet als een uitvoerder aan de rand, maar als een centrale figuur die de organisatie draaiende hield. De rechtbank beoordeelt zijn rol in dit specifieke vonnis smaller, maar de veroordeling voor twee moorden bevestigt wel dat hij diep in het netwerk was verankerd.
W. werd bovendien in februari 2024 in zijn cel aangehouden, slechts enkele weken voordat zijn straf in de eerdere wapenzaak erop zat. Daarmee ontvluchtte hij een vrijlating die anders voor de deur stond. De aanhouding destijds hing samen met dit lopende onderzoek naar de vijf liquidaties.
Lange weg naar het vonnis
De uitspraak van maandag is het voorlopige eindpunt van een onderzoek dat meer dan een decennium beslaat. Tussen de eerste liquidatie in Houten in december 2011 en het vonnis vandaag liggen meer dan veertien jaar. In die tijd zijn de misdaadlandschappen rondom Taghi stap voor stap blootgelegd. Meerdere rechtszaken, talloze aanhoudingen en een omvangrijke internationale opsporingsoperatie leidden uiteindelijk tot veroordelingen op meerdere niveaus van de organisatie. Het vonnis tegen Jaouad W. voegt daar een nieuw hoofdstuk aan toe.
Voor de nabestaanden van Rinus Moerer en Mohammed Alarasi brengt dit vonnis enige gerechtigheid. Tegelijkertijd onderstreept de gedeeltelijke vrijspraak hoe hoog de bewijslat in dit soort complexe liquidatiezaken ligt. Het Openbaar Ministerie kan nog in hoger beroep gaan tegen de uitspraak; of justitie die stap zet, is op dit moment nog niet bekendgemaakt.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl, Omroepbrabant.nl, Telegraaf.nl











